Vrijdag Psychologie
DENKEN, VOELEN EN DOEN — hoe we soms verstrikt raken in ons eigen verhaal
We maken het allemaal dagelijks mee. Je stuurt iemand een bericht. Er komt geen antwoord. Na enkele uren denk je: “Ik ben blijkbaar niet belangrijk.” Je voelt je gekwetst.
Wanneer die persoon later belt, reageer je kortaf. Maar misschien zat de ander in een vergadering, was er thuis iets aan de hand of wilde die rustig de tijd nemen om te antwoorden.
Het uitblijven van een antwoord is wat je waarneemt. De betekenis die je eraan geeft, vul je zelf in. En die betekenis kan veel in beweging zetten.
In de psychologie helpt de cognitieve driehoek om dat te begrijpen. Dit model uit de cognitieve gedragstherapie brengt drie elementen samen: onze gedachten, onze gevoelens en ons gedrag. Wat we denken, kan beïnvloeden hoe we ons voelen en wat we doen. Die wisselwerking loopt ook in de andere richtingen.
Denk maar aan het onbeantwoorde bericht:
- Gedachte: “Die persoon vindt mij niet belangrijk.”
- Gevoel: verdriet, onzekerheid of boosheid.
- Gedrag: afstand nemen, verwijten maken of zelf niet meer antwoorden.
Zo kan een kringloop ontstaan. Door jouw afstandelijke reactie wordt de ander misschien terughoudender. En dat lijkt vervolgens te bevestigen wat je al dacht: “Zie je wel, ik tel niet mee.”
Een vermoeden kan zo steeds meer als een zekerheid gaan aanvoelen.
Dat gebeurt tussen partners, onder vrienden, op het werk en binnen families. Een kritische vraag klinkt als wantrouwen. Een stilzwijgen voelt als afwijzing. Een andere mening wordt ervaren als gebrek aan respect.
In een familiebedrijf kan een ouder bijvoorbeeld denken: “Ze vragen mijn advies niet meer. Mijn ervaring telt blijkbaar niet meer.” Vanuit dat verdriet gaat die ouder zich sterker met beslissingen bemoeien. De opvolger ervaart dat als controle en neemt meer afstand. Beiden kunnen zich daardoor bevestigd voelen in hun eigen verhaal, terwijl ze elkaars bezorgdheid nauwelijks kennen.
De cognitieve driehoek nodigt ons uit om even stil te staan bij wat er gebeurt.
Wat weet ik? Wat denk ik? En wat doet die gedachte met mij?
Onze eerste gedachten komen vaak automatisch op. We kiezen ze niet altijd bewust. Ze kunnen bovendien gekleurd zijn door eerdere ervaringen en overtuigingen over onszelf en anderen. Door ze te herkennen en te onderzoeken, kunnen we tot een nauwkeuriger beeld van de situatie komen.
Bij het onbeantwoorde bericht zou een andere gedachte kunnen zijn:
“Ik merk dat de stilte mij raakt. Maar ik weet nog niet waarom die persoon niet antwoordt.”
Daarmee verdwijnt het ongemak misschien niet meteen. Er ontstaat wel ruimte om iets anders te doen: rustig navragen in plaats van verwijten maken.
Een kleine oefening kan helpen:
- Beschrijf het feit. Wat zou een camera hebben vastgelegd?
- Herken je invulling. Welke betekenis geef ik hieraan? Ben ik 100% zeker dat wat ik denk dat het is ook werkelijk zo is?
- Benoem je gevoel en reactie. Wat voel ik en wat doe ik vervolgens?
- Onderzoek je gedachte. Wat ondersteunt mijn uitleg? Welke andere verklaring is mogelijk?
- Kies een volgende stap. Welk gedrag kan duidelijkheid of verbinding brengen?
Deze vragen sluiten aan bij het onderzoeken van automatische gedachten in de cognitieve gedragstherapie. Het doel is een evenwichtiger kijk die rekening houdt met de beschikbare feiten.
Enkel voorbeelden
Context Situatie Denken Voelen Doen Andere gedachte en reactie
Familiebedrijf Mijn dochter neemt een beslissing zonder “Mijn ervaring telt niet meer.” Gekwetstheid, Meer controleren en ongevraagd advies geven. “Mijn rol is veranderd.” Bespreken wanneer mijn advies welkom is.
mij te raadplegen. onzekerheid
Werk Ik krijg een dossier terug met opmerkingen. “Ik ben niet goed genoeg.” Schaamte, angst. Eindeloos controleren of nieuwe opdrachten vermijden. “Dit werk vraagt verbetering.” Vragen wat ik kan bijleren.
Partnerrelatie Mijn partner kijkt tijdens ons gesprek op de telefoon. “Wat ik vertel, interesseert je niet.” Verdriet, boosheid. Verwijten maken of het gesprek afbreken. “Ik mis je aandacht.” Vragen om de telefoon even weg te leggen.
Vriendschap Vrienden gaan samen op stap zonder mij te vragen “Ik hoor er niet meer bij.” Eenzaamheid, gekwetstheid. Afstand nemen en zelf geen contact meer zoeken. “Ik weet niet hoe deze afspraak ontstond.” Rustig navragen.
Opvoeding Mijn kind weigert zich ’s morgens aan te kleden. “Het doet dit om mij uit te dagen.” Irritatie, machteloosheid Roepen, dreigen en druk zetten. “Wat maakt dit moment moeilijk?” Helpen en tegelijk duidelijk begrenzen.
Moeilijk gesprek Ik wil iets bespreken over geld, samenwerking of opvolging “Als ik hierover begin, beschadig ik onze relatie. Angst, spanning. Zwijgen en blijven uitstellen. “Onze relatie verdient een zorgvuldig gesprek.” Een rustig moment afspreken.
Daarbij verdient ook ons lichaam aandacht. Vermoeidheid, pijn en lichamelijke spanning kunnen mee beïnvloeden hoe we denken, voelen en reageren. De driehoek is een eenvoudig hulpmiddel om een complex samenspel beter te begrijpen.
En soms is onze bezorgdheid terecht. Dan vraagt de situatie om een gesprek, een grens of een concrete verandering. Ook dat hoort bij zorgvuldig onderzoeken wat er speelt.
Misschien begint verandering bij een kleine, eerlijke vraag aan onszelf:
“Reageer ik op wat er gebeurt, of ook op het verhaal dat ik erover vertel?”
Wie heeft nog voorbeelden? Wil je ze kwijt? Laat het ons weten en verzamelen ze voor een vervolg verhaal.







