De LIEFDE voor je OUDERS kan je naar het FAMILIEBEDRIJF brengen; alleen de LIEFDE voor het VAK kan je er WERKELIJK laten BLIJVEN

Auteur: 

  • Eddy
EDDIS
21/08/26

Vrijdag Familiebedrijven
OPVOLGEN UIT LIEFDE, MAAR NIET UIT SCHULD

“Mijn kinderen nemen mijn bedrijven niet over en daar ben ik trots op.”

Die woorden las ik bij Matty Zadnikar op facebook. Matty is een zéér gekende en gedreven ondernemer die doorheen de jaren meerdere succesvolle ondernemingen heeft uitgebouwd. Zijn drie kinderen deden ervaring op in zijn bedrijven, begonnen er vanaf de basis en leerden er verantwoordelijkheid opnemen. Uiteindelijk kozen zij ieder hun eigen weg — ook als ondernemer.

Matty beschouwt dat niet als een mislukte familiale opvolging. Integendeel. Hij gaf zijn kinderen misschien niet zijn ondernemingen door, maar wel ondernemingszin, ervaring en vertrouwen.

Zijn verhaal raakte ook mij. Niet alléén als adviseur van familiebedrijven, maar ook als vader.

Mijn dochter An had van jongs af aan al een bijzondere liefde voor Afrika. Tijdens haar studies in het middelbaar trok zij verschillende zomers naar onder meer Senegal en Ghana, waar zij als vrijwilliger meewerkte bij verschillende organisaties.

Kort nadat zij was afgestudeerd als Master of Science in de economie, het recht en de bedrijfskunde, kregen wij op kantoor onverwacht met een personeelstekort te maken. Vanuit haar verbondenheid en loyaliteit tegenover ons besloot zij bij te springen en uiteindelijk bij ons te komen werken.

Ik besefte heel goed dat haar eerste stap naar het familiebedrijf minstens gedeeltelijk voortkwam uit wat binnen de contextuele benadering van Ivan Boszormenyi-Nagy existentiële loyaliteit wordt genoemd.

Daarom heb ik haar van bij het begin gezegd: “Je bent ons niets verplicht. Als jouw toekomst in Afrika ligt, zullen wij dat begrijpen en aanvaarden.”
Dat vond ik belangrijk. Want een kind mag nooit het gevoel krijgen dat het de liefde, zorg en kansen die het van zijn ouders ontving, moet terugbetalen door het familiebedrijf voort te zetten.

Het leven is een geschenk, geen factuur.
Kinderen ontvangen vanaf hun geboorte bijzonder veel van hun ouders. Daardoor ontstaat bijna vanzelf een diepe verbondenheid en een gevoel van verschuldigdheid: na alles wat mijn ouders voor mij hebben gedaan, mag ik hen toch niet teleurstellen?

Die loyaliteit is waardevol, maar kan ook zwaar wegen. Zeker wanneer het familiebedrijf deel uitmaakt van de identiteit en geschiedenis van het gezin.
Een kind kan dan “ja” zeggen tegen de onderneming, terwijl het diep vanbinnen nog niet weet of dat ook werkelijk zijn of haar eigen keuze is.

Bij mijn dochter An heeft het meerdere jaren geduurd voordat zij definitief uitsprak dat zij het kantoor wilde overnemen. Uiteraard waren wij daar bijzonder blij mee. Maar misschien waren wij nog blijer omdat het uiteindelijk háár beslissing was — weloverwogen, vrijwillig en vanuit haar eigen professionele overtuiging.

Vandaag is zij niet alleen accountant-belastingconsulent en familiebedrijfadviseur, maar heeft zij de overdracht ook zelf mee vormgegeven. Daarbij maakte zij duidelijke en evenwichtige afspraken met haar broer, die niet in het kantoor actief is.
Ook dat vind ik betekenisvol.

Een familiale opvolging gaat immers niet alleen over de verhouding tussen ouders en opvolgers. Ook de kinderen die niet in het bedrijf stappen, moeten worden gezien, gehoord en rechtvaardig behandeld. Anders kan wat economisch een succesvolle overdracht lijkt, relationeel toch een openstaande rekening achterlaten.

Als familiebedrijfadviseur vind ik het daarom onze plicht om de dynamiek van existentiële loyaliteit bespreekbaar te maken — zowel met de ouders als met de mogelijke opvolgers.

We moeten niet alleen vragen:
Kan het kind de onderneming overnemen?

Maar ook:
Wil het kind dit werkelijk zelf?
Van wie is deze droom eigenlijk?
Is er voldoende vrijheid om ook “nee” te zeggen?
En welke plaats krijgt het kind dat niet in de onderneming stapt?

Familiale opvolging kan bijzonder mooi zijn wanneer talent, bekwaamheid, passie en vrije wil samenkomen. Maar ook een verkoop aan een derde, een externe leiding of een andere toekomst voor de onderneming moet een volwaardige mogelijkheid blijven.
Niet als mislukking, maar soms juist als een daad van respect en liefde.

Ouders mogen hopen dat hun kinderen het levenswerk voortzetten. Maar zij moeten hun kinderen ook de vrijheid geven om een ander leven te kiezen.

De liefde voor haar ouders kan een dochter naar het familiebedrijf brengen.
Maar alleen de liefde voor het vak en de onderneming kan haar er werkelijk laten blijven.

Een geslaagde familiale opvolging is daarom niet noodzakelijk een opvolging waarbij het kind het bedrijf overneemt.
Zij is pas werkelijk geslaagd wanneer het kind in vrijheid kan kiezen — óók wanneer die keuze uiteindelijk buiten het familiebedrijf ligt.

En precies dat is wat Matty in zijn verhaal zo mooi benoemt en waarvoor hij terecht aandacht vraagt. Zijn kinderen zetten zijn ondernemingen niet voort, maar dragen het ondernemerschap ieder op hun eigen manier verder.

Misschien is ook dát familiale continuïteit: niet noodzakelijk de voortzetting van hetzelfde bedrijf, maar het doorgeven van ondernemingszin, verantwoordelijkheid en de moed om een eigen weg te kiezen.

Wie het volledige en bijzonder mooie verhaal van Matty wil lezen, vindt het hier:
Link naar het Facebookbericht van Matty

 

Aantal keer bekeken

102