De MENS is het enige SCHEPSEL dat WEIGERT te ZIJN wat HET IS …

Auteur: 

  • Albert Camus – De mens in opstand
EDDIS
07/08/26

Vrijdag Filosofie

Wat is de zin van het leven?

De voorbije dagen kwam deze vraag opvallend vaak op mijn pad:

Wat is eigenlijk de zin van het leven?
Ze dook op in verschillende gesprekken, in wat ik las en beluisterde, maar ook tijdens het wandelen met Rambo. Misschien is dat geen toeval. Wandelen vertraagt niet alleen onze voeten, maar soms ook onze gedachten. Terwijl Rambo snuffelt, rondkijkt en af en toe besluit dat één bepaalde plek een bijzonder grondig onderzoek verdient, ontstaat er ruimte voor vragen waarvoor in een druk leven meestal weinig tijd overblijft.

En weinig vragen zijn zo groot, zo oud en tegelijk zo persoonlijk als deze:

Waarom zijn wij hier?
Zoeken we de zin, of geven we zin?

Misschien moeten we eerst verduidelijken wat we precies vragen. Willen we weten of het leven als geheel een vooraf bepaalde bedoeling heeft? Een groot plan waarin voor ieder van ons een plaats en een opdracht zijn voorzien?

Of vragen we eigenlijk iets anders:
Wat maakt míjn leven de moeite waard?

Dat zijn twee verschillende vragen.

Op de eerste vraag geven religies, levensbeschouwingen en filosofen zeer uiteenlopende antwoorden. Maar op de tweede vraag moeten we uiteindelijk allemaal zelf een antwoord proberen te formuleren — niet alleen met woorden, maar vooral door de manier waarop we leven.

Een van de denkers die deze vraag bijzonder scherp stelde, was Albert Camus.

Wie was Albert Camus?
Albert Camus werd in 1913 geboren in het toenmalige Frans-Algerije. Hij groeide op in een arm en eenvoudig gezin. Zijn vader sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Albert nog geen jaar oud was. Zijn moeder was gedeeltelijk doof en werkte als schoonmaakster om het gezin te onderhouden.

Dankzij een opmerkzame leraar kon Camus verder studeren. Hij werd schrijver, journalist en essayist. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte hij betrokken bij het Franse verzet en werd hij redacteur van de clandestiene verzetskrant Combat.
Hij schreef bekende romans als De vreemdeling en De pest, maar ook filosofisch getinte essays zoals De mythe van Sisyphus en De mens in opstand.

In 1957 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur. Drie jaar later kwam hij, amper 46 jaar oud, om het leven bij een auto-ongeval.
Camus wordt vaak bij de existentialisten gerekend, maar zelf wees hij dat etiket af. Hij zag zichzelf ook niet als een filosoof die een allesomvattend denksysteem wilde ontwikkelen. Hij wantrouwde vooral theorieën die beweerden de mens en de wereld volledig te kunnen verklaren.

Zijn vraag was veel praktischer:

Hoe moeten we leven in een wereld die ons geen duidelijke antwoorden geeft?
De mens vraagt, maar de wereld zwijgt

Volgens Camus verlangt de mens naar duidelijkheid, samenhang en betekenis. Wij willen begrijpen waarom dingen gebeuren. We hopen dat onze inspanningen worden beloond, dat lijden een reden heeft en dat ons bestaan ergens naartoe leidt.
Maar wanneer wij die vragen aan het leven stellen, blijft het universum vaak stil.

Goede mensen worden ziek. Liefde kan eindigen. Plannen mislukken. Mensen die elkaar nodig hebben, verliezen elkaar. Wie rechtvaardig handelt, wordt niet altijd rechtvaardig behandeld.
Precies uit die botsing — tussen onze menselijke behoefte aan betekenis en het zwijgen van de wereld — ontstaat volgens Camus het absurde.

Dat betekent niet eenvoudigweg dat alles nutteloos of waardeloos is. Het absurde ontstaat doordat wij naar een definitief antwoord verlangen, terwijl het leven ons dat antwoord niet geeft.

Camus opent De mythe van Sisyphus daarom met een bijzonder scherpe gedachte: “Er is maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord.”
Daarmee moedigt hij zelfmoord uiteraard niet aan. Hij stelt de vraag bewust zo radicaal mogelijk: als het leven geen vooraf gegeven betekenis heeft, waarom zouden we dan blijven leven?

Zijn uiteindelijke antwoord is duidelijk: niet vluchten, niet opgeven en onszelf evenmin troosten met verklaringen waarin we niet werkelijk geloven.
We moeten de werkelijkheid onder ogen zien en desondanks voor het leven kiezen.

De steen van Sisyphus
Camus verduidelijkt zijn gedachte aan de hand van de Griekse mythe van Sisyphus.
Sisyphus werd door de goden veroordeeld om telkens opnieuw een zware steen tegen een berg op te duwen. Net voordat hij de top bereikte, rolde de steen weer naar beneden en moest hij opnieuw beginnen.

Opstaan. Werken. Zorgen. Problemen oplossen. Slapen. En de volgende dag opnieuw beginnen. Ook ons leven kan soms zo aanvoelen.

Toch besluit Camus niet dat we dan maar moeten opgeven. Integendeel. Juist wanneer Sisyphus beseft dat de steen telkens opnieuw naar beneden zal rollen en hij desondanks verdergaat, wordt hij innerlijk vrij.

Hij kan zijn lot niet veranderen, maar hij kan wel bepalen hoe hij zich ertoe verhoudt.
Camus vraagt ons niet om de werkelijkheid mooier voor te stellen dan ze is. Hij vraagt ons haar onder ogen te zien en toch voluit te leven.
Daarom moeten we ons, in zijn bekende woorden, “Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.”

Niet omdat zijn opdracht aangenaam is, maar omdat hij zich niet volledig door zijn lot laat bepalen. Telkens wanneer hij zijn steen opnieuw opneemt, bevestigt hij dat het leven hem nog niet heeft verslagen.

De mens die in opstand komt In De mens in opstand gaat Camus nog een stap verder:
“De mens is het enige schepsel dat weigert te zijn wat het is.” De mens kan naar zijn leven en naar de wereld kijken en zeggen:

Dit wil ik niet zomaar aanvaarden.
Dit onrecht mag niet blijven bestaan.
Dit verlies zal niet het laatste woord krijgen.
Ik wil proberen iets te veranderen.

Die opstand is bij Camus niet noodzakelijk een gewelddadige revolutie. Het is in de eerste plaats een innerlijk en moreel verzet tegen alles wat de menselijke waardigheid aantast.
Wie “nee” zegt tegen vernedering en onrecht, zegt tegelijkertijd “ja” tegen een waarde die beschermd moet worden. En die waarde geldt niet alleen voor hemzelf.

Wanneer ik zeg dat mijn menselijke waardigheid niet geschonden mag worden, erken ik dat ook de waardigheid van de ander bescherming verdient.
Daarom komt Camus tot de beroemde gedachte: “Ik kom in opstand, dus wij zijn.”
De opstandige mens ontdekt dat hij niet alleen is. Mijn waardigheid is verbonden met die van u. Mijn vrijheid kan niet bestaan wanneer ik de uwe vernietig. Mijn leven krijgt betekenis wanneer ik niet uitsluitend voor mezelf leef.

Precies daar ontmoeten Albert Camus en Dirk De Wachter elkaar.

Dirk De Wachter: wij worden in het leven gekatapulteerd 
In de aflevering  Alleen Elvis blijft bestaan krijgt Dirk De Wachter de vraag wat volgens hem de zin van het bestaan is. Zijn antwoord is tegelijk nuchter en hoopvol.
Volgens De Wachter bestaat er geen vooraf gegeven zin van het leven. Wij worden als het ware in dit bestaan “gekatapulteerd” en krijgen vervolgens enkele decennia om er iets van te maken.
Het leven vertelt ons niet vanzelf waarom wij hier zijn of wat wij moeten doen.

Maar de mens beschikt wel over iets bijzonders: wij beseffen dat ons leven eindig is. Wij weten dat onze tijd beperkt is en voelen daarom dat er iets moet gebeuren. We proberen betekenis te geven aan de tijd die ons is gegund.

De fundamentele vraag wordt dan misschien niet: “Welke betekenis heeft het leven voor mij?” maar eerder:

“Hoe kan ik zorgzaam met de ander omgaan?”
Daarin ligt voor De Wachter de zin van het bestaan: in aandacht, betrokkenheid, zorg en liefdevolheid voor elkaar.
Hij verwoordt het in het fragment bijzonder krachtig: “De liefdevolheid voor mekaar is de enige mogelijkheid om dit absurde leven goed te leven.”
De zin bevindt zich dan niet ergens ver weg, verborgen op de top van een berg. Ze toont zich midden in het gewone leven.

In iemand opbellen.
In een hand vasthouden.
In een conflict proberen te herstellen.
In aanwezig blijven wanneer er geen snelle oplossing bestaat.
In luisteren naar een verhaal dat we misschien nooit helemaal zullen begrijpen.
In eenvoudigweg vragen: “Hoe gaat het werkelijk met u?”

De Wachter sluit daarmee aan bij de filosoof Emmanuel Levinas. Volgens Levinas worden wij pas werkelijk mens in de ontmoeting met de ander. Het gelaat van de ander doet een moreel beroep op ons: wees zorgvuldig met mij, laat mij niet vallen, erken mijn menselijkheid.

"IK ben, omdat WIJ ZIJN..." | EDDIS | Eddy's Dagelijks Doordenkende Inspirerende Spreuken | Eddy Claesen

Waar Camus en De Wachter elkaar ontmoeten

Camus en De Wachter geven niet precies hetzelfde antwoord, maar hun gedachten raken elkaar.
Camus begint bij de vaststelling dat het universum ons geen pasklare betekenis aanbiedt. De Wachter benadrukt dat wij betekenis kunnen laten ontstaan in onze zorg voor elkaar.

Waar het universum misschien zwijgt, hoeft de mens dat niet te doen. Wij kunnen antwoorden. Niet door alle raadsels van het bestaan op te lossen, maar door er voor elkaar te zijn.
Misschien heeft het leven geen betekenis die kant-en-klaar op ons ligt te wachten. Misschien ontstaat betekenis in de manier waarop wij antwoorden op wat ons overkomt.
Wij kiezen niet alles wat het leven ons brengt. We kiezen niet voor ziekte, verlies, teleurstelling of afscheid. We kunnen evenmin verhinderen dat sommige van onze stenen telkens opnieuw naar beneden rollen. Maar binnen de ruimte die overblijft, kunnen we soms wel kiezen hoe we daarmee omgaan — en hoe we met elkaar omgaan.

Viktor Frankl: wat vraagt het leven van ons? 
Ook Viktor Frankl, psychiater en overlevende van de concentratiekampen, dacht diep na over de zin van het bestaan. Hij legde een ander accent dan Camus.
Voor Frankl moeten wij de zin van het leven niet zomaar zelf verzinnen. Betekenis kan worden ontdekt in wat een concrete situatie van ons vraagt. Die zin is niet voor iedereen en op ieder ogenblik dezelfde.

We kunnen betekenis ervaren door iets waardevols tot stand te brengen, door iemand lief te hebben of door — wanneer we een situatie werkelijk niet meer kunnen veranderen — onze houding tegenover die situatie te bepalen.
Frankl draaide de gebruikelijke vraag daarom als het ware om.

Misschien moeten wij niet alleen vragen: “Wat verwacht ik nog van het leven?” maar ook: “Wat vraagt het leven vandaag van mij?”
Het antwoord hoeft niet groots of spectaculair te zijn.

Misschien vraagt het leven vandaag dat we iemand vergeven. Dat we een moeilijk gesprek niet langer uitstellen. Dat we onze trots even opzijzetten. Dat we iemand bezoeken die eenzaam is. Dat we verantwoordelijkheid opnemen. Of dat we gewoon aanwezig blijven bij iemand die verdriet heeft.

Een antwoord dat wij elke dag opnieuw geven
Ik weet niet of er één antwoord bestaat op de vraag naar de zin van het leven. Misschien is dat antwoord voor iedere mens anders. Misschien verandert het ook naarmate we ouder worden, liefhebben, verliezen, vallen en opnieuw opstaan.
Maar ik herken wel momenten waarop het leven betekenis krijgt.

Wanneer iemand zich werkelijk gehoord voelt. Wanneer mensen na een conflict opnieuw voorzichtig naar elkaar durven te kijken. Wanneer binnen een familie, familiebedrijf, ondanks alle verschillen en oude kwetsuren, toch een brug wordt gebouwd. Wanneer iemand zich niet langer alleen voelt. Wanneer een gedachte of een dagelijkse spreuk ergens een klein zaadje mag planten.

En soms ook gewoon tijdens een wandeling met Rambo, wanneer de wereld even niets hoeft uit te leggen en het voldoende is dat we samen onderweg zijn.
Misschien is de zin van het leven daarom geen theoretisch antwoord dat we één keer vinden en daarna voor altijd bezitten. Misschien is het een antwoord dat we iedere dag opnieuw moeten ‘leven’.

In de aandacht die we geven.
In de verantwoordelijkheid die we opnemen.
In de liefde die we tonen.
In de manier waarop we, ondanks alles, opnieuw onze steen opnemen.
Niet omdat we zeker weten waar de weg eindigt, maar omdat er onderweg iemand naast ons loopt.

Reflectie…

Misschien is de zin van het leven geen antwoord dat op ons wacht,
maar een antwoord dat wij elkaar geven…

P.S. Aan iedere spreukenliefhebber die tot hier is blijven meedenken: oprecht dankjewel voor uw tijd en aandacht. Het werd vandaag wat langer dan gewoonlijk, maar sommige levensvragen laten zich nu eenmaal niet in enkele regels vatten… Ik wens iedereen een mooi en deugddoend weekend — en wie met verlof is: geniet ervan. Misschien brengt juist wat rust en vertraging ons soms een beetje dichter bij wat het leven werkelijk zin geeft.

Wouter Torfs en Dirk De Wachter worden baron: "Ik was pizza aan het eten in Parijs toen het paleis mij belde" | VRT NWS Nieuws

 

Aantal keer bekeken

394